Dagboek van een vrouw
Zondag 11 juli 2004 Ik zag Rudy, maar hij deed nogal raar. Ik was die middag gaan shoppen met de meiden, dus ik dacht dat het daaraan zou liggen. In het café was het zo druk, dat ik bij hem aandrong om ergens anders heen te gaan waar we beter zouden kunnen praten. Hij lette niet erg op en was nogal afgeleid, dus daarom vroeg ik hem erna of we misschien ergens konden gaan eten. Tijdens het etentje leek Rudy zichzelf helemaal niet: hij lachte amper en hij leek helemaal geen aandacht aan me te schenken, wat ik ook zei. Nu wist ik bij mezelf dat er iets mis was. Hij bracht me thuis en ik vroeg me af of hij wilde blijven. Hij leek even te aarzelen, maar kwam daarna toch. Ik vroeg hem wat er aan de hand was, maar hij schudde even zijn hoofd en keek daarna weer naar de televisie. Na 10 minuten stilte vertelde ik hem dat ik maar ging slapen. Ik sloeg een arm om hem heen en vertelde hem dat ik zielsveel van hem hield. Hij zuchtte even en grinnikte maar een beetje. Hij kwam me niet achterna...