Een Limburger heeft zeven zonen, ze heten allemaal Piet. Antwerpenaar: 'Als ge er een nodig hebt, hoe roept gij hem dan?' Limburger: 'Geen probleem, dan gebruik ik zijn achternaam.'
Een Antwerpenaar krijgt een drieling en zegt tegen zijn Limburgse vriend: 'Awel, dat gebeurt nu 1 keer op de 2 miljoen.' Limburger: 'Amai, dan moet gij stik kapot zijn.'
Een Antwerpenaar ontmoet zijn Limburgse vriend en vraagt: 'Woar zedde gaai me vakance gewest verleje zomer?' 'Naar Mauritius' antwoordt hij. 'En woar ligt da?' 'Geen idee, we zijn er naartoe gevlooogen' antwoordt de Limburger.
Een Limburger verdwaalt in een bos. Hij heeft al herhaaldelijk 'help' geroepen. Plots botst hij op een andere wandelaar, toch ook wel een Limburger zeker. Het volgend gesprek begint: Ene: Ichbenverlooregeloope. andere: 'Ja, ich ook.' Ene: 'Ich heb al eens help geroepen.' Andere: 'Ja, ich ook.' Ene: ' Wille we eens samen roepen ?' Andere: 'Ja, da's goed.' Een, twee, drie: 'S-a-m-e-n, s-a-m-e-n.'